Fysiotherapie

Cliënten wenden zich tot een fysiotherapeut omdat zij problemen ervaren met het bewegen of omdat zij gezondheidsproblemen ervaren, waarbij mogelijk beweeginterventies geïndiceerd zijn. Bij wilsonbekwame volwassenen en bij kinderen wordt het probleem met bewegen door verzorgers, mantelzorgers en ouders geformuleerd.

Fysiotherapie biedt behandeling bij het herstel en het ontwikkelen van het optimale bewegen, bij behoud en bij achteruitgang. Fysiotherapeuten komen via een proces van klinisch redeneren tot een specifiek fysiotherapeutische diagnose, op basis waarvan therapeutische en/of preventieve interventies worden bepaald en uitgevoerd.

De fysiotherapeut onderbouwt zijn handelen mede met kennis uit de (bio)medische wetenschap, de bewegings- en de gedragswetenschappen. Fysiotherapie toetst zich voor wat betreft haar theoretische rationale, doelmatigheid en doeltreffendheid, veiligheid en ethiek steeds aan de meest actuele wetenschappelijke inzichten, methoden en technieken.

De fysiotherapeut dient in alle gevallen rekening te houden met de kaders die gevormd worden door wetenschap, beroepsnormen, (wettelijke) voorschriften, ethische principes en financiële kaders.

Gezondheid en beweging zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mensen die voldoende bewegen zijn minder vaak ziek, hebben minder last van psychische klachten, blijven makkelijker op een gezond gewicht en hebben minder kans op hart- en vaatziektes, diabetes en verschillende vormen van kanker.

Iedere cliënt heeft recht op een persoonlijke en menswaardige benadering. Binnen de fysiotherapie wordt de cliënt naar diens eigen wil en kunnen als autonoom beschouwd. Regievoeren over het eigen leven is cruciaal is voor het ervaren van gezondheid. De cliënt krijgt, naast de regie over zijn leven, ook een centrale rol bij de behandeling. De cliënt beslist mee over behandeldoelen en kiest uit het behandelaanbod.

In geval van chronische ziekte ondersteunt de fysiotherapeut de cliënt bij diens zelfmanagement. Zelfmanagement betekent ‘het individuele vermogen om goed om te gaan met symptomen, behandeling, lichamelijke en sociale consequenties en leefstijlveranderingen inherent aan leven met een chronische aandoening’.Ondersteuning van het zelfmanagement betekent dat de fysiotherapeut de cliënt stimuleert een actieve rol te nemen, zijn ervaringskennis in te zetten en zijn wensen en doelen duidelijk te formuleren. Belangrijk hierbij is dat de cliënt leert zijn gezondheidstoestand te monitoren en keuzes te maken ten aanzien van de fysiotherapeutische behandeling. Het is essentieel dat de cliënt en de fysiotherapeut gezamenlijk besluiten nemen. De wens van de cliënt is bepalend voor de uiteindelijke beslissing. De fysiotherapeut kan echter niet gedwongen worden een behandeling uit te voeren als hij van mening is dat daar geen indicatie voor is.

De fysiotherapeut richt zich bij de behandeling niet primair op ziekte en zorg. Hij stimuleert beweeggedrag dat de gezondheid positief beïnvloedt en ondersteunt de cliënt in het uitvoeren van activiteiten. Het doel van deze benadering is de participatie van de cliënt te vergroten of te behouden, dan wel de achteruitgang in participatie zoveel mogelijk te beperken. Preventie is een essentieel onderdeel van de fysiotherapeutische visie op hulpverlening. De fysiotherapeut verleent zorggerelateerde en geïndiceerde preventie. Beide gaan uit van het functioneren en participeren van de cliënt en diens (dreigende) problemen met bewegen.

Indien de cliënt naast fysiotherapie (ook) andere hulp nodig heeft, verwijst de fysiotherapeut de cliënt terug naar de verwijzer of, indien de cliënt zonder verwijzing is gekomen, adviseert de fysiotherapeut de cliënt een andere zorgverlener of een  gespecialiseerde fysiotherapeut te consulteren.

 

Praktijkfolder